![]() |
||||
|---|---|---|---|---|
|
INTRODUCTION H&A RELATIONSHIP RECONSIDERED ARTICLES, PAPERS & PUBLICATIONS PHOTO GALLERY CURRICULUM VITAE SITE MAP |
THE BURDEN OF BEASTS A Historical Sociological Study of Changing Human-Animal Relations and the Rise of the Veterinary Regime Joanna Swabe Nederlandse Samenvatting (Dutch Summary) In de moderne industriële samenleving wordt onze afhankelijkheid van andere diersoorten vaak flink onderschat. Wij leven in de huidige verstedelijkte maatschappij grotendeels gescheiden van agrarische activiteiten en komen daardoor nauwelijks meer in aanraking met landbouwhuisdieren. De enige beesten die de stadbewoner nog wel regelmatig ziet zijn de gekoesterde kleine huisdieren, de vrije vogels die door de vervuilde lucht vliegen en het ongedierte dat tot afschuw van de stedeling in de huizen rondkruipt. De ontmoeting tussen de gemiddelde stadbewoner en een koe, varken, schaap of kip vindt meestal plaats in de koeling van de supermarkt, waar de mens het dier aantreft als een vacuüm verpakt stukje vlees dat dient als onderdeel van de avondmaaltijd. Hoogstwaarschijnlijk is de supermarktbezoeker zich trouwens niet eens meer bewust van de oorsprong van dit voedsel, laat staan dat hij kritisch nadenkt over de herkomst. Toch is, ondanks de vervreemding tussen mens en dier, de moderne mens uitermate afhankelijk van andere diersoorten, misschien zelfs afhankelijker dan ooit. The Burden of Beasts handelt in de eerste plaats over bovengenoemde afhankelijkheid en beschrijft de ernstige, en soms zelfs buitensporige, consequenties ervan. Onderzocht wordt hoe de mensheid in de loop der geschiedenis andere diersoorten geëxploiteerd en gemanipuleerd heeft om in zowel haar meest fundamentele als haar minder belangrijke behoeften te voorzien. Behalve als voedselbron is het dier gebruikt voor economische, wetenschappelijke, esthetische, spirituele en affectieve doeleinden. In het inleidende hoofdstuk wordt aangetoond dat de uitbuiting van dieren deel uitmaakt van de habitus van de mens; wij zijn altijd al geneigd geweest om andere diersoorten als een natuurlijke hulpbron te beschouwen, over het algemeen zonder hier vraagtekens bij te zetten. Tevens komen de diversiteit en de schaal van het diergebruik in de moderne samenleving aan bod en worden de theoretische achtergrond, de methodologie en het raison d’etre van het boek globaal toegelicht. De bespreking van de geschiedenis van de doelbewuste exploitatie van dierlijke hulpbronnen begint in hoofdstuk twee. Ongeveer 10.000 jaar geleden zetten onze voorouders de eerste aarzelende stappen in de richting van het domesticeren van dieren en van veehouderij. De domesticatie had een fundamentele omwenteling van de mens-dierrelatie tot gevolg, die er op neer komt dat de verhouding jager-prooi veranderde in een soort meester-knechtverhouding. De menselijke aandacht verplaatste zich van het dode naar het levende dier en, wat belangrijker is, naar het voornaamste product dat het levende dier voortbrengt: het nageslacht. De mens had nu de beschikking over een constante en steeds weer opnieuw te gebruiken natuurlijke hulpbron, die voedsel en secondaire dierlijke producten opleverde. Het handhaven van deze nieuwe hulpbron vergde echter wel een aantal grote aanpassingen. Zo werd de verzorging van dieren een belangrijke bezigheid binnen de agrarische samenleving en ontstond de noodzaak om relevante praktische vaardigheden, kennis en discipline te ontwikkelen. De domesticatie van dieren heeft dus niet alleen tot veranderingen in de relatie mens-dier geleid maar ook tot veranderingen in de sociale structuur en de aard van sociale relaties. Naast de al genoemde gevolgen, had de domesticatie van dieren nog andere consequenties. De nieuwe intimiteit tussen mens en dier die voortvloeide uit de domesticatie heeft – zoals de Amerikaanse historicus William H. McNeill in zijn boek Plagues and Peoples ook aantoonde – een aanzienlijke invloed op onze gezondheid gehad. De mens werd door de intimiteit met het dier namelijk voor het eerst in nauw contact gebracht met ziekteverwekkende micro-organismen. Kortom, domesticatie heeft de omstandigheden gecreëerd waaronder besmettelijke ziekten van dier op mens kunnen worden overgedragen. Het blijkt dat veel epidemieën die de mensheid teister(d)en – zoals tuberculose, pokken en mazelen – hun oorsprong vinden in dierenziektes. Bovendien zijn wij, door onze toenemende afhankelijkheid van dieren, erg kwetsbaar geworden voor de gevolgen van epizootiën als runderpest, pleuropneumonie en mond-en-klauwzeer. In feite wordt in hoofdstuk twee een van de meest cruciale stellingen van The Burden of Beasts geponeerd, namelijk: de mens is er in geslaagd om de natuur gedeeltelijk te temmen en beheersen, maar hij is als gevolg daarvan ook afhankelijker van en kwetsbaarder door diezelfde natuur geworden. In hoofdstuk drie wordt de invloed van dierenziektes op de agrarische samenleving nader onderzocht. Er wordt beschreven hoe vanaf de oudheid tot en met de vroegmoderne tijd de verhouding tussen dieren, ziekten en maatschappij zich ontwikkelde. Gedurende deze lange periode werd zowel het gebruik als de afhankelijkheid van het dier steeds groter en gevarieerder. Ook wordt in dit hoofdstuk geïllustreerd hoe pestilentie onder dieren in de loop van de geschiedenis vaak tot grote economische schade, tegenspoed en hongersnood leidde, met vermindering van de menselijke weerstand tegen andere ziektekiemen als gevolg. Met behulp van voorbeelden zoals de Zwarte Dood tijdens de viertiende eeuw, wordt de samenhang tussen epizootieën en epidemieën nog verder belicht. Naast deze uitgebreide verhandeling over de verwoestende effecten van epidemische dierenziektes op de menselijke samenleving, wordt in hoofdstuk drie ook uitvoerig aandacht besteed aan de ontstaansgeschiedenis van de vroege diergeneeskunde en aan de eerste ideeën over dierenziektes en hun mogelijke oorzaak. Er wordt uiteengezet hoe de toenemende afhankelijkheid en exploitatie van dieren geleidelijk tot het ontstaan van een veterinair regime heeft geleid. De notie van het veterinair regime vormt een van de centrale begrippen van The Burden of Beasts en wordt gebruikt om de verschillende wijzen te beschrijven waarop de mensheid in de loop der geschiedenis omgegaan is met de problemen van ziekte en gezondheid van dieren, die de toenemende afhankelijkheid van en het steeds intensievere gebruik van dieren met zich hebben meegebracht. De intensivering en formalisering van dit veterinair regime is het voornaamste onderwerp van hoofdstuk vier. Het hoofdstuk analyseert hoe tijdens de tweede helft van de achttiende eeuw de wetenschappelijke Verlichting, de processen van verstedelijking en industrialisatie, en de veranderingen in de aard van sociale betrekkingen tot de oprichting van formeel veterinair onderwijs in West-Europa hebben geleid. Gedurende de achttiende en negentiende eeuw werden de West Europese naties geteisterd door de runderpest. Vooral in 1865, toen deze besmettelijke ziekte door een lading besmet vee uit Oost-Europa naar Engeland werd overgebracht, en kort daarna ook naar Nederland oversprong. De import van vee was nodig omdat de aanwezige nationale veestapel niet groot genoeg was om de groeiende bevolking in haar toenemende behoefte aan dierlijke producten te voorzien. Verder wordt in hoofdstuk vier de opkomende rol van de staat in de controle en preventie van epidemische dierenziektes bestudeerd. In dit verband worden de – aanvankelijk inadequate – reacties besproken van zowel de Britse als de Nederlandse negentiende-eeuwse overheidsinstanties op het uitbreken van de runderpest. De verwoestende gevolgen van de epizootie van 1865 hebben in beide landen uiteindelijk geleid tot veterinair staatstoezicht en strenge wettelijke maatregelen, vooral ten aanzien van internationale veetransporten en hygiëne. Tot slot wordt in dit hoofdstuk aandacht besteed aan de opkomst van de microbiologie en aan het toenemende belang van de veterinaire volksgezondheid voor de industriële samenleving. Hoofdstuk vijf handelt over het ontstaan van de bio-industrie en laat zien dat de exploitatie van dieren in de loop van de twintigste eeuw enorm is toegenomen. Er wordt aangetoond hoe de bevolkingsgroei, de afname van arbeidskracht in de agrarische sector, het ontstaan van de dierenvoedingsindustrie, de technologische en farmaceutische ontwikkelingen en de stijgende eisen van de consument in de loop van deze eeuw tot de intensivering van de veehouderij hebben geleid. Deze ontwikkeling ging gepaard met een verhoging van besmettingsrisico’s, doordat er steeds meer dieren in steeds kleinere ruimtes gehouden werden. De invloed van de nieuwe productiemethoden van de bio-industrie op de volksgezondheid, het milieu en het welzijn van dieren wordt uitgebreid behandeld en gerelateerd aan onderwerpen als de herhuisvesting van productiedieren, antibiotica gebruik, het mestprobleem, BSE en de varkenspest. Ook wordt in hoofdstuk vijf het toenemende belang van de staat en de internationalisatie van de controle en preventie van dierenziektes uitvoerig besproken en wordt er een historisch overzicht van de verdere ontwikkeling van de veterinaire dienst in zowel Groot-Brittannië als Nederland gegeven. De ontwikkeling van dergelijke veterinaire diensten en de uitbreiding van internationale samenwerking op het gebied van diergeneeskunde worden gezien als bewijs voor de toenemende intensivering en efficiëntie van het bestaande veterinair regime. Als laatste wordt in dit hoofdstuk stilgestaan bij de rol en het belang van de moderne veearts, vooral in het behoud van de volksgezondheid. Hoofdstuk zes analyseert onze verhouding met de kleine huisdieren en wijkt daarmee enigszins af van de voorgaande hoofdstukken, waarin geschreven werd over dieren die wij als voedsel benutten. Niet alleen wordt in dit hoofdstuk de geschiedenis van de relatie tussen mens en huisdier geschetst, maar ook wordt onze toenemende intimiteit met – en affectieve afhankelijkheid van – deze beesten onderzocht. Daarnaast worden de beweegredenen om huisdieren te houden uitvoerig uiteengezet en wordt beschreven hoe vanaf de negentiende eeuw het veterinair regime werd uitgebreid met de medische zorg voor kleine huisdieren. Deze uitbreiding was niet alleen een gevolg van de toenemende belangstelling voor het huisdier, maar ook van de snelle afname van het belang van het paard in de menselijke samenleving. Tot slot komt hoofdstuk zes terug op het thema dierenziektes en volksgezondheid, waarbij de positieve én de negatieve invloeden van onze interactie met kleine huisdieren op onze gezondheid worden belicht. Ook wordt in dit verband gekeken naar de dierenarts, die een belangrijke rol speelt in de bescherming van de gezondheid van zowel mens als dier. De epiloog van The Burden of Beasts bestaat uit een korte samenvatting van de centrale thema’s van het boek, een beschrijving van de onderlinge verbanden tussen die thema’s en een bespiegeling over de toekomst van de mens-dierrelatie, waarbij de grenzen van diergebruik in de moderne samenleving onder de loep worden genomen. Biotechnologische ontwikkelingen zoals de genetische modificatie en het klonen van dieren, lijken nieuwe mogelijkheden te bieden om in de nabije toekomst de exploitatie van dierlijke hulpbronnen uit te breiden en te diversifiëren. In dit verband worden bijvoorbeeld xenotransplantatie en de fabricatie van biofarmaceutische producten besproken. Ook de potentieel voordelige gevolgen van de biotechnologische ontwikkelingen voor de diergeneeskunde, zoals de productie van verbeterde vaccins, worden niet buiten beschouwing gelaten. Bovendien is er aandacht voor het feit dat genetische manipulatie van dieren niet alleen een moderne vorm van dierenexploitatie is, maar tevens een weerspiegeling van de afhankelijke positie van de mens ten opzichte van het dier. De recente en toekomstige wetenschappelijke ontwikkelingen op het gebied van moleculaire genetica en biotechnologie hebben immers ook hun weerslag op het terrein van de menselijke gezondheidszorg en op de toekomstige rol van de diergeneeskunde. De epiloog sluit af met de conclusie: de last der dieren zal voor de menselijke samenleving zeer waarschijnlijk zwaar blijven, ook nu de eenentwintigste eeuw in aantocht is. |
|||
|
Disclaimer: The author is not responsible for the content of external internet sites |
||||