NRC Handelsblad
maandag 1 april 1996
Koeienziekte is prijs van domesticatie
Jo Swabe
Of de ziekte van Creutzfeldt-Jakob (CJD) nu wel of niet door rundvlees
wordt overdragen dat met Bovine Spongiform Encephalopathy (BSE) is besmet,
het blijft een vraag. In ieder geval nemen zowel een grote deel van het
Britse volk als de andere Europese landen geen enkel risico. Als gevolg
hiervan wordt een deel van de Britse veestapel bedreigd met slachting en
dientengevolge de veehouders met faillissement. De Britten hebben net zo
weinig vertrouwen in hun regering als in hun inheemse rundvleesprodukten.
Ook wordt het voer voor kleine huisdieren met argwaan behandeld. Een soortgelijk
spongiform encephalopathy werd een aantal jaren geleden namelijk geconstateerd
bij katten.
De vraag is waarom heel Europa
in paniek is geraakt over een vermoedelijk verband tussen BSE en CJD. De
angst voor besmetting is ongetwijfeld veel groter dan de kansen daarop.
De overdracht van ziektes van dieren op mensen is echter geen nieuw verschijnsel.
In feite bestaan er tientallen zoönosen, ziektes die zowel mens als dier
kunnen treffen. Eén manier waarop infecties van dier naar mens kan worden
overgedragen is via het eten van bedorven of besmet vlees. Salmonella en
toxoplasmose zijn goede voorbeelden van infecties die mensen op deze wijze
kunnen treffen. In het verleden konden ook vreselijke ziektes zoals miltvuur
en tuberculose tot deze lijst gerekend worden.
Al sinds de oertijd heeft onze
interactie met andere diersoorten een aanzienlijke invloed op onze gezondheid
gehad. Met het domesticeren van dieren ontstond een nieuwe intimiteit tussen
mens en dier. Deze ontwikkeling, zoals de Amerikaanse historicus William
H. McNeill in zijn boek Plagues and Peoples laat zien, heeft ook vergaande
consequenties gehad voor ons contact met ziekteverwekkende micro-organismes.
Domesticatie heeft de omstandigheden gecreëerd waaronder besmettelijke
ziektes van dier tot mens kunnen overspringen. McNeill stelt dat veel epidemische
ziektes - zoals tuberculose, pokken en mazelen - die de mensheid zwaar
hebben getroffen, hun oorsprong vinden in de ziektes van dieren. Ook zijn
wij als mensen, door onze afhankelijkheid van dieren, erg kwetsbaar geworden
voor de gevolgen van epizoötie, zoals runderpest, pleuropneumonie en mond-en-klauwzeer.
In de loop der geschiedenis
heeft zulke pestilentie geleid tot grote economische schade, tegenspoed,
hongersnood en daardoor tot de vermindering van weerstand tegen andere
ziektekiemen. Kortom, hoewel de mens de natuur gedeeltelijk heeft kunnen
temmen, zijn wij er tevens zeer afhankelijk van en kwetsbaar door geworden.
De verwoestende uitwerking van epizoötie aan het eind van de achttiende
eeuw en begin van de negentiende eeuw heeft geleid tot het ontstaan van
een veterinair regime. De instelling van strenge wettelijke maatregelen,
vooral omtrent internationaal veetransport en hygiëne, moest de schade
en verspreiding van epidemische dierziektes beperken.
Dit veterinaire regime is in
de loop der jaren zeer effectief gebleken. Het wordt al te vaak vergeten
dat de diergeneeskunde een zeer belangrijke rol heeft gespeeld in de bescherming
van de samenleving tegen ziektes. In de huidige verstedelijkte maatschappij
leven wij grotendeels gescheiden van agrarische activiteiten en hebben
wij nauwelijks contact met landbouwhuisdieren.
Toch is onze afhankelijkheid
van vee sterk toegenomen. In deze eeuw hebben de bevolkingsgroei, de afname
van arbeidskracht in de agrarische sector, het ontstaan van de dierenvoedingindustrie
en de stijgende eisen van de consument geleid tot de intensivering van
de veehouderij.
Deze ontwikkelingen zijn gepaard
gegaan met de vergroting van besmettingsrisico's, omdat steeds meer dieren
in steeds kleinere ruimtes werden gehouden. Diergeneeskundige controles
reduceren over het algemeen deze risico's, hoewel er af en toe voorvallen
zijn, zoals blaasjesziekte, die tot consternatie leiden. Maar in het algemeen
blijkt dat wij ons nauwelijks bewust zijn van de potentiële gevaren en
ongemakken die de ziektes van dieren kunnen teweegbrengen.
De huidige toestand rond BSE
drukt ons echter opnieuw met de neus op de feiten, en herinnert ons aan
onze kwetsbaarheid ten opzichte van de natuurkrachten. Al te vaak koesteren
wij het idee dat wij een sterke greep hebben op de natuurlijke wereld.
Zelfs in het hedendaagse academische discours wordt er over 'de dood van
de natuur' gesproken.
Maar wij maken een kardinale
denkfout als wij veronderstellen dat wij het toppunt van beheersing van
de natuur hebben bereikt. Denk alleen maar aan het HIV-, Ebola- en Marburgvirus
die sinds de jaren tachtig voor veel opschudding hebben gezorgd. De wetenschappelijke
kennis daarover staat pas in de kinderschoenen, maar het publiek wil onmiddellijke
uitleg en kant en klare oplossingen zien.
De vraag wordt vaak gesteld
of deze ziektes ook een dierlijke oorsprong hebben, en bijvoorbeeld afkomstig
zijn van apen. Niemand heeft daar tot nog toe een goed antwoord op kunnen
geven: net zo min als bij BSE. Tenslotte, om de ontsteltenis over de gekke
koeien te kunnen verklaren, moeten wij de menselijke afschuw voor zowel
BSE als CJD niet onderschatten.
De huidige opschudding en besmettingsangst
lijkt sprekend op de Britse reactie op de hondsdolheid in de negentiende
eeuw. Er zijn hier eigenlijk, opvallend genoeg, meer overeenkomsten te
ontdekken: zoals rabiës toen, is CJD ook relatief zeldzaam. Bovendien tasten
beide ziektes op zeer opmerkelijke wijze de hersenen aan. Beide ziektes
hebben een 'deciviliseringseffect' op het slachtoffer die van zijn menselijkheid
lijkt te worden beroofd. De getuigenissen over het lijden, het uiterlijk
en de bewegingen van CJD patiënten komen sterk overeen met de beelden van
zielige koeien die op de buis zijn verschenen. Ook bij hondsdolheid degenereert
de mens tot een dierlijke staat.
In de negentiende eeuw leidde
de publieke paniek tot een grootschalige vervolging van honden. Het lijkt
erop dat de runderen nu hetzelfde lot zal treffen. De commotie rond de
'gekke-koeienziekte' heeft ons opnieuw bewust gemaakt van onze kwetsbaarheid
ten opzichte van de dieren.
Jo Swabe is Britse
en sociologe. Zij is verbonden aan de Amsterdamse School voor Sociaal-wetenschappelijk
Onderzoek, en doet promotieonderzoek naar de verhouding tussen mens en
dier.