BLOED OP HET IJS
Eind jaren zestig werd het
Nederlandse publiek voor de allereerste keer geconfronteerd met
onthutsende beelden van de bloedige jacht op babyzeehonden.
Weerloze jonge dieren werden door meedogenloze pelsjagers
neergeknuppeld en afgepelsd, terwijl de moederzeehonden
machteloos toekeken. Destijds heeft het uitzenden van deze
filmbeelden geleid tot een golf van beroering en protest door
heel Europa. Vooral Canada werd het doelwit van protestacties
tegen de commerciële zeehondenjacht, aangezien de allergrootste
jacht op zeezoogdieren ter wereld op de ijsvelden van hun kust
plaatsvindt. Al snel werd de donzige babyzadelrob met zijn zuiver
witte vacht en grote smekende ogen het symbool van de
internationale protesten tegen deze wrede jacht.
De weerloze babyzeehond
leent zich perfect als poster child voor het beschavingsoffensief
tegen deze barbaarse jacht. Met zijn zachte, pluizige vacht en
enorme ogen beschikt dit dier over precies die bekoorlijke
karakteristieken die de zogenaamde cute respons bij mensen
oproept. Mensen raken er ogenblikkelijk door vertederd en voelen
een sterke drang opkomen tot beschermen en verzorgen. De beelden
van kwetsbare pups doen in hoge mate een beroep op de morele
intuïtie dat het leven van dieren moet worden gerespecteerd.
Bovendien is er niets respectlozer dan een jong dier dood te
knuppelen voor het verkrijgen van een onnodig, luxe product als
bont. We moeten de natuurlijke levensloop van dieren respecteren,
die alleen voor een goede reden mag worden onderbroken. Dit
principe vormt in onze samenleving het uitgangspunt voor onze
omgang met dieren. Als het om het doden van dieren gaat, moeten
er volgens de meeste mensen duidelijk grenzen worden gesteld.
Voor de meerderheid biedt het verkrijgen van pelzen onvoldoende
rechtvaardiging om het leven van een dier te
beëindigen.
Internationale
protestgolf
De eerste hartstochtelijke
protesten tegen de Canadese zeehondenjacht gingen ook gepaard met
toenemend wetenschappelijk bewijs dat de eens zo omvangrijke
zeehondenpopulatie van de noordwestelijke Atlantische Oceaan
steeds verder werd uitgedund als gevolg van deze commerciële
jacht. Als reactie daarop besloot de Canadese regering in 1971 om
een systeem van 'quota management' te introduceren met
als doel het aantal te vangen zeehonden te beperken.
Desalniettemin nam tegen het eind van de jaren zeventig de omvang
van de zeehondenvangst aanzienlijk toe en laaide de discussie
over de commerciële zeehondenjacht weer op. Begin jaren tachtig
begonnen zowel dierenbeschermers als milieuactivisten opnieuw
luidkeels te protesteren tegen de jaarlijkse slacht van
honderdduizenden zeehondjes omwille van hun vacht. Dit leidde in
1989 uiteindelijk tot een importverbod op de pelzen van de
allerjongste zadelrobben en klapmutsen, de zogenaamde whitecoats
en bluebacks, in Europa. De jacht op whitecoats werd zelfs overal
ter wereld verboden. Hierdoor stortte de markt voor zeehondenbont
vrijwel volledig in. Door deze beperkingen kon de populatie van
zadelrobben in dit gebied zich weer herstellen.
Canada steunt de
knuppels
Maar wie denkt dat de
commerciële zeehondenjacht tot het verleden behoort, vergist
zich. Sterker nog: inmiddels wordt de jacht op zadelrobben en
klapmutsen bevorderd en zelfs gesubsidieerd door de Canadese
regering. Gedurende de afgelopen zeven jaar heeft de regering al
meer dan 20 miljoen Canadese dollars (dit is meer dan 12,5
miljoen euro) in de zeehondenindustrie gepompt, terwijl de
commerciële jacht op zeehonden niet eens een grote bijdrage
levert aan de Canadese economie. Volgens Canadese
overheidsstatistieken heeft deze jacht slechts een aandeel van
0,06 procent in het bruto binnenlands product van Newfoundland.
De Canadese overheid is echter van mening dat het aanvaardbaar is
om zeehonden te 'oogsten' uit de natuur. Zeehonden worden
dus door de Canadese overheid beschouwd als een waardevolle
natuurlijke hulpbron en niet als levende wezens die kunnen voelen
en over een bewustzijn beschikken. Hiermee wordt de intrinsieke
waarde van de zeehond volkomen genegeerd.
Overschrijding van het
quotum
De overheidssteun heeft een
nieuwe impuls aan de commerciële zeehondenjacht gegeven, temeer
omdat die financiële steun gepaard is gegaan met een verhoging
van het vastgestelde vangstquotum. Zo konden de pelsjagers in de
afgelopen jaren weer naar hartelust zeehondjes doodknuppelen of
afschieten. De grootste slachtpartij sinds 1967 vond plaats in
2002, toen Canadese jagers zo'n 307.000 zeehonden van het
leven hebben beroofd. Hiermee is het jaarlijkse quotum van
275.000 met 32.000 dieren grof overschreden. Ondanks deze zware
overschrijding heeft de Canadese overheid niet ingegrepen. Niet
alleen liet ze de door overheid zelf vastgestelde maximumvangst
voor wat hij was, maar ook stond ze toe dat er in het volgende
voorjaar langer op de zeehonden mocht worden gejaagd. Robert G.
Thibault, de Canadese minister van Visserij en Oceanen, heeft in
2003 bekendgemaakt dat in de daaropvolgende drie jaren 975.000
jonge zeehonden mogen worden gedood. Hierbij moeten we bedenken
dat Canada en Groenland op dezelfde populatie zeehonden jagen en
dat deze twee landen tot nu toe geen gezamenlijk beleid ten
aanzien van de jacht hebben. Overigens menen wetenschappers dat
er in werkelijkheid tweemaal zoveel zeehonden worden gedood
tijdens elke commerciële jacht als in de officiële statistieken
wordt vermeld en maximaal is toegestaan. Een belangrijk rapport
dat recentelijk in het gerenommeerde vakblad Marine Mammal
Science verscheen, geeft aan dat naar schatting tussen de 400.000
en 500.000 zeehondjes zijn gedood in elk van de afgelopen drie
jaren. In feite wordt de dood van duizenden zeehonden niet eens
geregistreerd.
Barbaarse
praktijken
De commerciële
zeehondenjacht is bijzonder wreed. Elk jaar zijn
dierenbeschermingsorganisaties, media en politici getuige van de
jacht. En elke keer moeten zij tot hun verbijstering constateren
dat er gruwelijke praktijken plaatsvinden op het ijs. In 2001
werd de jacht door een internationaal team van dierenartsen
geobserveerd. Hun rapport vormt shockerend leesvoer: zij
concluderen dat maar liefst 42 procent van de zeehonden levend
was gevild. Keer op keer wordt de Canadese regering
geconfronteerd met videobewijsmateriaal van deze wrede
praktijken, maar nooit heeft ze iets ondernomen tegen deze
overtredingen. Natuurlijk beweren de Canadese overheid en andere
voorstanders van de commerciële zeehondenjacht dat de jacht
volstrekt humaan is. Volgens hen wordt deze goed gereguleerd en
is er geen bedreiging voor de zeehondenpopulatie. Een argument
dat vaak wordt aangedragen, is dat de zeehondenjacht noodzakelijk
is omdat zeehonden te veel bodemvissen eten. Met de jacht wordt
het evenwicht in de natuur in stand gehouden. Onafhankelijk
wetenschappelijk onderzoek laat echter zien dat niet de zeehond,
maar de mens verantwoordelijk is voor de lage visstand. Hele
zeeën worden met gigantische netten praktisch leeggehaald. Het
biologische evenwicht raakt op die manier volledig verstoord en
de zeehond wordt als zondebok aangewezen. Als de meedogenloze
jacht op zeehonden in hetzelfde tempo blijft doorgaan, zijn het
juist deze dieren die in hun voortbestaan zullen worden
bedreigd.
Populatie of
individu?
Ten slotte vinden anderen -
ook degenen van wie je het het minst zou verwachten - de levens
van zeehonden niet beschermwaardig. Veel mensen reageren
verontwaardigd als ze vernemen dat het Wereld Natuur Fonds
weigert de commerciële zeehondenjacht af te keuren. Het WNF heeft
geen bezwaar tegen de jaarlijkse 'oogst' van zeehonden,
zolang die niet ten koste gaat van de omvang van de populatie.
Volgens hun visie spellen het welzijn en de inherente waarde van
het individuele dier een ondergeschikte rol. Bovendien vindt er
ook geen ethische beoordeling plaats van het doel waarvoor dieren
gedood en gebruikt worden. Op deze manier staat het beleid van
het WNF lijnrecht tegenover het morele principe van respect voor
dierlijk leven dat heerst in onze samenleving. Het is
betreurenswaardig dat de commerciële zeehondenjacht steun vindt,
ook al is het stilzwijgend, uit deze onverwachte hoek. Zo laat
men economische belangen prevaleren boven ethiek en
dierwelzijn.
Jo Swabe, Bont voor
Dieren